Kia Ora. Nau mai, Haere mai ki Aotearoa

Met een verrassingsbezoekje aan Nieuw Zeeland sluit ik deze trip af. En het beloofde een snelle maar goede trip te worden met bezoekjes aan Auckland, Mt. Managui, Matamata, Rotorua, Lake Taupo, Napier, Wellington, Queenstown en Christchurch.

Vanop Sydney vloog ik richting Auckland. Behoorlijk vroeg vertrok ik naar de luchthaven, en dat was maar goed ook want het was er druk. Ik kon gelukkig als een van de eerste inchecken en genieten van mijn tijd op Sydney International Airport. Vreemd om hier al te zijn, want over exact 11 dagen sta ik hier terug om definitief vaarwel te zeggen aan dit prachtig land. Maar ik neem afscheid in stijl met een prachtig zicht op de city vanuit de luchthaventerminal.

IMG_0416We vertrokken met 20 minuten vertraging maar China Airlines is aangenaam, goed eten maar volledig in het Mandarijn dus niet te verstaan. En dan aangekomen op de luchthaven van Auckland waar ik me doodergerde aan de traagheid van het personeel (toch omdat mijn tijd in NZ zeer kort was, was elk tijdverlies extra erg). Nog nooit zag ik het personeel op een luchthaven zo traag werken als daar. Uiteindelijk spendeerde ik nog eens 2 uur op de luchthaven van Auckland om alle controles door te komen en mijn bagage op te pikken. En de controles zijn er echt overdreven. Je mag niets, maar dan ook echt niets van organisch materiaal bij hebben (geen voedsel, grond, insecten,…). En als je dan toch iets bij hebt, krijg je een boete van 400 NZD. En vervolgens was het wachten op de airbus (nee niet het vliegtuig maar de bus) (16 NZD) die me naar de city bracht (nog eens een 40 minuten rijden). Dus uiteindelijk arriveerde ik rond 20:30 in het hostel, waar ik mijn bagage dropte en direct de stad in trok. Helaas was het al te donker voor goede foto’s dus wachten tot de dag nadien. Wat ik wel ontdekte was dat melk hier maar liefst 115% duurder is dan exact dezelfde melk in Australië en ook het water is hier 40% duurder. Jammer maar helaas, geen halloweenparty voor mij wegens tijdsgebrek.

En op zondagochtend stond ik dus wat vroeger op om de stad te verkennen. En die ochtend om 5:30 stonden heel wat mensen al op hun beentjes (of nog op hun beentjes na een nachtje Halloween), want het was de finale van de wereldbeker rugby waarbij de All Blacks de Wallabies hadden verslaan. En dat werd uitgebreid gedeeld met het publiek want de fans kwamen al toeterend door de stad gereden om hun vreugde te tonen. Heel plezierig maar ik trok rustig verder door de stad. Ook was er de marathon van Auckland, waar toch redelijk veel mensen aan deelnamen ondanks de rugbyfinale die ochtend. Mijn route liep langs Queen Street naar Wynyard en zo via Skycity terug naar het hostel om uit te checken en nadien verder te trekken naar Albert Park en terug. Skycity gaf een prachtig uitzicht over de stad, de baai en de eilanden in de baai. En ik kon er de marathon ook volgen want die eindigde niet zo heel ver van de toren. Vreemd was het wel toen ik op het glazen platform recht naar beneden kon kijken, al heb ik geen hoogtevrees. Ook de universiteitscampus heeft een mooi parklandschap en dan kwam er nog het Albert Park die heel mooi is, zeker met de Skycity toren op de achtergrond.

52 verdiepingen boven straatniveau

52 verdiepingen boven straatniveau

IMG_7145 IMG_7148 IMG_7077 IMG_7072 IMG_7098 IMG_7078Maar ik moest Auckland alweer verlaten voor de volgende stop, Tauranga en Mt. Maunganui. Na 4 uurtjes op de bus kwam ik aan, in op het eerste zicht een spookstad. Geen kat te bespeuren en niks was geopend (met uitzondering van toerismekantoor). Ik dropte mijn spullen in het hostel en ging op wandel naar de top van Mt. Maunganui. En achteraf zou ik het beklagen dat ze geen busdienst hebben tot ’s avonds laat. Mijn voeten waren kapot na de 2 wandeltochten door Auckland en die naar Mt. Maunganui enterug. In totaal had ik die dag 30 km gewandeld. Het uitzicht vanop de top was echter geweldig en de stad Mt. Maunganui was ook best aardig al kon dat niet van de weg tussen Tauranga en Mt. Maunganui gezegd worden. Ze konden die route best langs een mooier stukje land laten lopen in plaats van door de industriezone.

IMG_7177

Het nationaal dier van Nieuw-Zeeland

Het nationaal dier van Nieuw-Zeeland

IMG_7187 IMG_7189 IMG_7195

Mt Manganui vanop een hoogte

Mt Manganui vanop een hoogte

Tsunami alarm voor dummies

Tsunami alarm voor dummies

’s Ochtends stond ik al heel vroeg op want ik had een busrit naar Matamata gepland om 7:30. En eenmaal aangekomen in Matamata was het dan wachten alvorens mijn tour begon (en natuurlijk voor ik mijn bagage kon dumpen in een locker). Het toerismekantoor is zeer bijzonder en uiteraard ingericht naar Hobbitstijl aangezien Matamata de gateway naar Hobbiton is. En mocht je nu totaal niet weten waarover ik spreek, wel er waren er nog die het niet wisten. In 1999 was ene Sir Peter Jackson op zoek naar een geschikte locatie voor de verfilming van de Lord of the Rings trilogie en in 2008 opnieuw voor de Hobbit trilogie. En die vond hij op de Alexander farm, net buiten Matamata. Hij bouwde hier het volledige Hobbiton uit in de heuvels op de farm, zonder dat de buurtbewoners ook maar iets doorhadden (uiteraard na de eerste film hadden ze het wel door). Na de Lord of the Rings trilogie werd alles afgebroken op een paar huisjes na maar wegens het succes en de verfilming van de Hobbit, werd alles opnieuw gebouwd en ditmaal permanent zodat ze er wat geld kunnen uitslaan door er tours te houden 😉

Welcome to Hobbiton

Welcome to Hobbiton

IMG_7203 IMG_7206 IMG_7208 IMG_7220 IMG_7236 IMG_7247 IMG_7251 IMG_7272Maar de tour is absoluut de moeite waard en geeft een prachtige impressie van een typisch Nieuw-Zeelands landschap, enorm veel schapen en natuurlijk het volledig nagebouwde idee van Tolkien (de auteur van de boeken).

Buiten Hobbiton is Matamata niet echt een interessante locatie. Er ligt prachtige natuur omheen het dorp, maar in het dorp zelf is er weinig te doen. IK deed de heritage walk door heen de hele stad in 2 uur en daarmee had ik ook alles gezien. Dus was het 1,5 uur wachten op de bus naar Rotorua.

Eenmaal in Rotorua word je verwelkomd door de fantastische mix van geuren die mij toch vooral doen denken aan een foutgelopen gerecht in de keuken of een experiment met waterstofsulfide. Jawel, de exhuberante geur van rotte eieren hangt overal in de stad dankzij de vulkanische activiteit die onder deze stad plaatsvindt. Hete stoom komt op tal van plaatsen naar boven en daarbij hoort de zeer aangename geur van zwavel. Fijn om de natuurlijke waterplassen te zien borrelen uit zichzelf. En ik heb het water gevoeld, het is warm, zeer warm. Maar Rotorua is niet alleen een fijne geur maar ook een prachtig staaltje van architectuur waarvan het informatiecentrum en het museum mooie voorbeelden zijn. Ook het parkland voor het museum is prachtig aangelegd en de stad is ook iets levendiger dan Tauranga. Het geothermisch nationaal park paste niet in mijn budget, dus zag ik het prachtig staaltje natuurpracht niet, maar dat is dan goed voor een volgend avontuur in Nieuw-Zeeland, want dat komt er beslist in de komende jaren.

Dus ik bezocht in Rotorua nog een gratis geothermisch park, deed er een toertje door het centrum en at er samen met mijn roommates nog in de Lava bar (toepasselijke naam niet). Het hostel is ook zeer goed alleen gratis wifi was hier nog niet utigevonden.

IMG_7285 IMG_7288 IMG_7290 IMG_7293 IMG_7301Op dinsdag reed ik dan verder naar Taupō (spreek je uit als Tau-Pour). Zoals gewoonlijk dumpte ik de bagage in het hostel en trok ik er direct op uit. En ditmaal naar de gratis hot pools en de Huka Falls. De hot pools kon ik niet doen omdat ik mijn zwemkleding niet aanhad, hoewel ze zeer aantrekkelijk waren om er in te baden want het water was warm, heel warm. Dus ik trok gewoon verder via het wandelpad richting de Huka Falls. En aangekomen is het echt de moeite waard geweest. Een prachtig ijsblauwe rivier raast door een smalle opening met al het geweld en gedonder die maar kan. Veel toeristen uiteraard, die de auto namen naar de watervallen, maar toch doenbaar om mooie foto’s te nemen. Zeer mooi en een absolute must-do in Taupō. Je kan dan eigenlijk nog 2 uur verder wandelen naar de dam (die ook de moeite waard is) maar dat was toch iets te ver voor mij (en voor mijn voetjes). Dus trok ik terug naar de stad en maakt ik nog enkele foto’s van het meer. En maar goed ook want de dag nadien stond er de hele dag regen op mijn programma. Verschrikkelijk weer, wat me teveel doet denken aan België en als gevolg dus niks kan doen. Ik waagde me toch aan een wandeling langs het meer maar dat moest ik dan bekopen met doorweekte kleren. Dus dan schrijven we maar wat aan deze blog terwijl we wachtten op de bus naar Napier 😉 .

IMG_7357 IMG_7365

Huka Falls

Huka Falls

IMG_7374Napier viel tegen. Het regende non-stop op de dag van aankomst en de dag nadien ontdekte ik hoe lelijk deze stad eigenlijk is. Art Deco is dus zeker niet mijn stijl en wat een lookout over de stad moest zijn, geeft eerder een uitzicht op de haven en de zee. Niet te vergeten dat het ook bijzonder koud was met een ijzige wind. Dus was ik blij dat ik kon doortrekken naar Wellington. En op die trip kwam ik voorbij Palmerston North (ik twijfelde tussen Napier en Palmerston North en koos dus Napier). PN was een iets aantrekkelijkere stad al was de stop slechts 30 minuten alvorens we verder trokken naar Wellington.

IMG_7388 IMG_7396 IMG_7421En eenmaal aangekomen in de meest zuidelijke hoofdstad op aarde, begon ik aan een rustige wandeling door de stad bij avondlicht. Ik had namelijk de tijd want de volledige volgende dag stond ook in het teken van Wellington. De stad is een zeer aangename stad met veel uitgaansmogelijkheden en enkele prachtige gebouwen. En als bonus was er ook vuurwerk te zien (geen idee waarvoor) en daarbovenop stond de parade van de All Blacks (jaja, het team dat de wereldbeker rugby won) doorheen de stad op het programma voor vrijdag. En dat wilde ik absoluut niet missen (al is het geen echte rugbymatch, ik zie toch tenminste die All Blacks een keer).

Het was wel een lastig doorkomen door alle fans die zich in de straten hadden opgesteld, maar ik trok door naar het Te Papa Museum, een van de mooiste museums die ik heb gezien. Een prachtige exhibition over aardbevingen en vulkanen in Nieuw-Zeeland, hoe de klimaatveranderingen invloed hebben op het land en een exhibition over de oorlogen waarin NZ meevocht (heb ik niet bezocht omdat het me totaal niet interesseert). Verder was er een exhibitie over de Maori cultuur en over de talen die in de pacific worden gesproken. Allemaal boeiend en vooral tijdrovend. 3 uur later kwam ik uit het museum om de stad nog wat te verkennen. En ik ging ondermeer Mt Victoria beklimmen, een heuvel in de stad die je een prachtig uitzicht bezorgt over Wellington en de suburbs. Je kan er onder andere vliegtuigen zien opstijgen en landen op het stukje plat land tussen die bergen. En als je weet dat Wellington de meest winderige stad is van Nieuw-Zeeland (met winden tot 280 km/h soms) kun je je voorstellen dat het niet altijd eenvoudig is om hier op te vliegen. Dit komt door de Cook Strait, de zee-engte tussen North en South Island die alle wind volgens een tunneleffect langs de stad stuurt.

IMG_7423 IMG_7436 IMG_7444 IMG_7447 IMG_7450 IMG_7460 IMG_7463 IMG_7480 IMG_7483 IMG_7497En op die luchthaven mocht ik de volgende dag inchecken voor mijn vlucht naar Queenstown via Christchurch. Het was enorm bewolkt en ik zat in de middengang, wat dus geen prachtige uitzichten gaf. Nu de vlucht CHC – ZQN zat niet vol, dus verplaatste ik me naar een windowseat en kon er genieten van het prachtige (en soms besneeuwde) landschap en het meer rond Queenstown. Het is ook bijzonder speciaal om tussen de bergen te landen, Dan kon ik eindelijk naar Queenstown, een van de beste dorpen van Nieuw-Zeeland. En het begon al met de prijzige verbinding naar het dorp, 12 dollar voor een toch niet zo lange rit. En in Queenstown was alles ook bijzonder duur. Maar het dorp heeft een echt resort karakter zoals Aspen (USA) en Gstaad (ZWI) dat hebben, iets wat ik bijzonder mooi vind. Het heeft echt iets als je door dit dorp wandelt, gezelligheid, open karakter, vriendelijk en warm. En het meer is de kers op de taart voor adembenemende uitzichten. Ik besloot om ook de Queenstown Hill te beklimmen tot aan de top, wat behoorlijk lastig was nadat ik de voorbije dagen al zoveel had gewandeld en gehiket. Maar ik ben er geraakt en daar heb je het allerbeste uitzicht over Lake Wanaka. En toen begon het te waaien en te regenen en maakte het alles bijzonder koud. Ik bezocht vervolgens een van de bekendste plekken in Queenstown, bekend tot ver buiten NZ, namelijk de “Fergburger” (Lees het dramatisch voor dat speciale effect). Nog nooit had ik zo’n lekker burger geheten, ook al was ie redelijk prijzig maar ook groot. Maar helaas gaat de dag snel verder en ’s avonds was het tijd voor gratis dinner, die ik upgrade naar een grote portie met een biertje voor 5NZD. Nadien nog enkele nachtfoto’s maken, souvenirs had ik al gekocht overdag en de tuinen had ik ook al bezocht dus een filmpje kijken en het bedje in want de volgende dag stond de trip naar Christchurch op het programma (vroeg opstaan en een lange rit).

IMG_7579 IMG_7586 IMG_7597En Christchurch, helaas mijn allerlaatste bestemming van mijn geweldige reis in Nieuw –Zeeland, staat bekend om haar tuinen (en natuurlijk het regelmatig voorkomen van aardbevingen). Dat laatste is niet zo verwonderlijk aangezien het op de breuklijn van de Australische en de Pacifische plaat ligt. Ook in Wellington hebben ze minstens elke week een aardbeving, meestal een die je niet voelt, maar ooit zal er eentje zijn waar er wel wat wordt gevoeld.

Onderweg kwamen we langs prachtige landschappen en bij sommige was er ook een stop gepland, dus dat was het uitgelezen moment om eens foto’s te maken van de natuur in plaats van steden. Zo zagen we onder meer Mt Cook, een paar meren met een Maori naam en heel veel dairy en schapenfarms. En dan aangekomen in Christchurch, tja, daar valt niet veel over te zeggen. Zowat meer dan de helft van de binnenstad ligt in puin, wordt afgebroken of wordt opnieuw opgebouwd. Zelfs winkels vind je hier niet, enkel buiten de 4 avenues die de stad omcirkelen zijn er shoppingcentra te vinden. Ik deed het Canterbury museum, de botanische tuinen en dan de wandeling door de stad, die niet echt veel opleverde.

Dus jammer dat ik deze prachtige reis moet afsluiten met een ietwat tegenvallende bestemming, maar al bij al kan ik terugkijken op een fantastisch jaar met ongelooflijke landschappen, nieuwe buitenlandse vrienden, een goede portie bijgeschaafd Engels (Australisch) en Duits (door de vele vele Duitsers) en een onwaarschijnlijk avontuur dat ik zonder twijfel graag zou herbeleven.

Dus bij deze zit de blog voor Australië (en een klein stukje Nieuw-Zeeland) erop, maar deze krijgt een vervolg want de volgende bestemming staat (en stond eigenlijk al 10 jaar) vast. Want hoewel ik Australië al ruim 15 jaar aan het plannen was (en het helaas nu voorbij is), ook deze bestemming stond al geruime tijd in de steigers.

So hopefully I see ya all next time for the newest adventures and this time from Canada, USA and South America!!!!

Advertenties

De laatste avonturen Down Under – Deel 3

Dit is het op een na laatste deel van mijn onwaarschijnlijke jaar Down Under dus hopelijk heb je veel plezier met het lezen ervan, want een volgend avontuur staat pas later op het programma.

De laatste trip eindigde in Noosa, dus dat is waar we hier van start gaan. Noosa is zowat het St. Martens Latem van Queensland, een sjiek stadje met peperdure woningen aan de waterkant. Ik logeerde er in Flashpackers, wat een uitstekend hostel is en waar je wel zeer gemakkelijk aan de praat raakt met mensen. En hoe kan het ook anders, de eerste personen die ik er aansprak waren Duitsers. Ook veel Nederlanders in dit hostel en algemeen in Noosa. Wel leuk, een generale repetitie voor de grote aanpassing van november. Noosa is een mooie locatie met een uitstekend nationaal park, wat vlakbij het hostel ligt, en goede surflocaties (al kan ik er nog steeds geen kloten van). Ik startte de coastal walk en daar kwam plots het Canadese meisje tevoorschijn die ik de dag voordien al had gesproken. Dus wat deden we, samen de wandeling verder zetten. En dat was een uitstekend idee, want zo kwam ik enkele locaties te weten die ik zelf nooit ontdekt zou hebben. Zo gingen we zwemmen in de Fairy pools, rotsbaden die gevuld worden met zeewater bij hoogtij. En er groeit koraal in. We deden er enkele duiken, zwommen wat en zetten onze tocht verder op zoek naar koala’s. Helaas na 5,4 km wandelen hadden we geen enkele koala gezien, waarschijnlijk namen ze hun rustdag op zondag (ook al slapen ze al 22 uur per dag). Zij deed de walk opnieuw, ik ging verder naar Hastings St om er wat foto’s te maken. Vervolgens deed ik nog het Noosa Park (of hoe het ook heet) en daarna wandelde ik richting Noosaville. In totaal deed ik een slordige 20 km, wat een behoorlijke afstand is in zo’n klein plaatsje.

IMG_6942 IMG_6944 IMG_6948De volgende dag deed ik de Everglades, uniek want de enige andere liggen in Florida en zijn vergeven met krokodillen en ander gevaarlijk grut. De tocht had ik wel wat anders voorgesteld. Voor 95 AUD, wat behoorlijk duur is, luister je eerst 2 uur naar de uitleg en peddel je vervolgens 1,5 uur op een meer alvorens je de Everglades bereikt. Daar kan je nog ongeveer 1,5-2 uur rondvaren alvorens je terug mag peddelen naar de startplaats. Dit vond ik persoonlijk het minste uitje op mijn Eastcoast trip. Nu wel sportief en behoorlijk verbrand aan het einde van de dag.

DCIM100GOPROG0150283.

DCIM100GOPROG0150283.

IMG_6965 IMG_6970Mijn laatste dag in Noosa spendeerde ik met een poging tot surfen. Het peddelen lukt maar het rechtop staan, daar blijf ik moeite mee hebben. Dus dan maar de bus nemen richting Brisbane en daar gezellig mijn laatste dagen in Queensland doorbrengen.

En in Brisbane kreeg ik regen, 3 dagen lang. De stad had ik al gezien in de eerste dag voor deze trip startte, maar nu deed ik alles nogmaals en beter. En zo zag ik de city hall (gratis tour), de kloktoren, de botanical gardens, Roma Parklands, Chinatown (wel China Street eerder), Suncorp Stadium, XXXX Brewery (met enorm dure tours) en tal van andere locaties. Veel gewandel dus, maar best leuk want de stad is niet zo heel groot.

IMG_6976 IMG_6985Ik bezocht ook New Farm, een suburb waar letterlijk geen bal te zien valt. Brisbane is naar mijn oordeel een iets te saaie stad om in te leven. Want op donderdag, voor ik terug naar Sydney vloog, sprak ik nog eens af met de Zweedse jongen die ik nog kende van de Whitsundays. We waren op zoek naar een uitgaanslocatie, alleen vonden we er geen enkele. Dus dan maar onze traditie aanhouden en een cola rum (Cuba Libre) bestellen en bijpraten over de fantastische roadtrip die we beide hadden gemaakt. Ook ontmoette ik er nog een Canadees meisje die ik in Noosa al had leren kennen en gingen we lekker lui pizza eten.

IMG_6982 IMG_6994 IMG_6998 IMG_7005 IMG_7036 IMG_7041 IMG_7045En dan op vrijdag vloog ik terug naar Sydney. Het hostel was onvoorstelbaar slecht. Nog nooit had ik zo’n dure en zo’n slechte accommodatie gehad over mijn hele trip of zelfs mijn leven. Dus die dag, gelukkig heel kort, bracht ik door met de Canadees waar ik de hele periode in Sydney mee had doorgebracht en we brachten onder meer een bezoekje aan Sculptures by the Sea in Bondi. Nu dat viel me tegen aangezien ik dacht dat het zandsculpturen waren. Niet dus, maar het was toch een kort en blij weerzien (op het hostel na dan) met Sydney.

De laatste avonturen Down Under – Deel 2

In Byron Bay zette ik mijn verkenning verder met onder meer een stop in Woolworths (want ik had honger) en een stop in Backpackers World Travel. Hier boekte ik op het laatste moment een trip naar Nimbin, de hippiestad van Australië. In het hostel weer aangekomen, had ik nu niet bepaald de beste nacht. Een Australiër uit Torquay vond het zowaar nodig om even een belletje te maken naar zijn vrouw thuis in het midden van de nacht. Dus om 2 uur wordt ik ongewenst wakker van zijn luid getater. Ik verzocht hem dan ook even naar buiten te gaan, waar beide niet zo heel blij mee waren. Maar goed, dat boeit mij niks want een hostel is om te slapen, bellen doe je overdag of buiten.

Aboriginal taal

Aboriginal taal

IMG_6488 IMG_6493 IMG_6503De dag nadien was Nimbin aan de beurt. Een perfecte tourbegeleider die het niet zo erg vind om drugs aan te bevelen (en alcohol). Maar wat wil je ook, Nimbin is naast de hippiestad ook de grootste drugsstad (eerder een dorp met 3 straten) van Australië. De NSW overheid verbiedt het maar het lokale bestuur neemt het niet zo nauw met de regeltjes. Zo vind je er nog altijd het Hemp museum, Hemp Bar, The Art Gallery (hier vind je wel art, maar daar kom je meestal buiten met happy cookies) en een heel plein waar je drugs gewoon op straat kan kopen. Ook kom je regelmatig iemand tegen op straat die happy cookies verkoopt, hoewel de beste te koop zijn in the Art Gallery (ask the tourguide en de hele wijde omgeving).

IMG_6509 IMG_6512Nu, er was ook een leuk extraatje want er was een grote markt met handgemaakte dingen (en veel buitenlands voedsel aan iets te hoge prijzen). En nadien gingen we naar de dam voor een barbecue, waar een mooie vogel eerst op de foto wil staan en vervolgens een geroosterd worstje steelt (en nadien nog een uit de voorraad).

IMG_6520 IMG_6531 IMG_6536En de nacht in Byron Bay verliep alweer ietwat anders dan ik had gehoopt. Het Britse meisje die in het andere stapelbed sliep, vond het zowaar nodig om even het stapelbed waar ik in sliep te gebruiken voor een iets te turbulente nacht. Ook al had ik oordoppen in, toch kon ik het hele spel meevolgen, letterlijk want heel het bed schudde mee. Nu, daar heb ik geen probleem mee, maar hou dan je vriendin wakker met het schudden in je eigen bed in plaats van even ergens anders te wippen.

De dag nadien vertrok ik richting Brisbane voor 1 dagje. De stad is eigenlijk bijzonder mooi en aangenaam. Ik spendeerde er 3 uur voor een snelle sightseeing trip (want ik keer later nog eens terug) waarbij ik een ferrytochtje maakte op de Brisbane rivier en ook de binnenstad verkende. Nu goed, het hostel daar was een feestje aan de gang in mijn kamer, maar zelfs met al dat lawaai viel ik in slaap. Toch had ik echt de bibbers toen ze kwamen controleren op alcohol (aangezien dit verboden was) want ik had namelijk nog een volle fles bacardi bij om te nuttigen in de Whitsundays. Gelukkig werd die niet gevonden.

IMG_6540 IMG_6543 IMG_6545 IMG_6548 IMG_6558 IMG_6590 IMG_6599En dan stond mijn vlucht naar Cairns op het programma. De Airtrein is veel te duur maar goed, je moet op de luchthaven geraken voor een vlucht, dus betaald ik maar de trein. En nadien op de luchthaven had ik wel geluk, ik had 20kg bagage geboekt (en ik had uiteraard meer) maar de handbagage was gelimiteerd tot 7kg en ik had ruim 10 kg bij. Gelukkig lag hun systeem plat en kon ik alles zonder extra kosten meenemen. Dus ik zal goed moeten consumeren in de komende weken om alles onder de 22 kg te krijgen (samen gerekend natuurlijk). In Cairns kostte het me opnieuw 16 dollar om van de luchthaven naar mijn hostel te geraken (een afstand van nauwelijks 10 km). Maar goed, ik moet toch in het hostel geraken niet waar? De dag nadien stond mijn duik op het programma dus besloot ik iets vroeger onder de wol te kruipen.

En dan die ochtend was het zoeken naar de boot. Na een snel telefoontje vond ik die gelukkig op tijd. De trip nam al 2 uur in beslag om aan het rif te komen. De crew was echter fantastisch en de briefing was goed. Al was de boot wel behoorlijk vol en was het drummen om de duikflessen te nemen. De eerste duik deed ik met een begeleider, de tweede met 2 buddies (een Italiaan en een Nederlander). Het leverde eigenlijk een betere duik op dan die met de begeleider en we doken langer, dus ik vermoed dat er heel wat lucht verloren ging door de extra automaat die een lek had in de eerste duik. En langs de vele tunnels en gangen kwamen we soms tot de verrassing te staan dat we er niet weg konden.

IMG_6611 IMG_6612Die avond verliep tergend traag want ik moest wachten tot 1 uur ’s nachts alvorens ik op de bus naar Airlie Beach kon. Ik koos die bus namelijk om te besparen op accommodatie, want de busrit duurt 10 uur dus voldoende om te slapen. Al verliep het slapen niet al te vlot want er was een overstap ingepland in Townsville, exact in het midden. Aangekomen in Airlie Beach was het ook nog een eindje wandelen met die overvolle rugzakken. Het hostel is eerder een resort in een soort regenwoudje. Best wel gezellig maar ontzettend warm en iets teveel muggen die me lekker vonden. Ik viel onmiddellijk in slaap toen ik op het bed ging zitten, dus ik had blijkbaar nog slaap nodig na die busrit. Nu heb ik nog wel even rondgewandeld in het kleine dorpje Airlie en nadien gewoon gerelaxt. De dag nadien stond mijn scenic flight op het programma met GSL aviation. Een prachtvlucht van 1 uur boven de Whitsunday eilanden en de koraalzee met als topkoraal het “heart reef” en als toppertje “Whitehaven Beach”. Onwaarschijnlijk mooi en zeker aan te raden aan iedereen die naar Australië komt.

IMG_6639 IMG_6650 IMG_6659 IMG_6671 IMG_6675Na de vlucht had ik eigenlijk niks te doen, want Airlie is zo klein dat ik alles al gezien had de eerste keer dat ik er was. Dus wou ik eigenlijk een fietstochtje maken, maar daar was het blijkbaar al te laat voor. Jammer, want ik wou wel eens sportief zijn voor de verandering.

En dan stond de volgende ochtend eindelijk de boottrip in de Whitsundays op het programma. Verzamelen om 11u in de Abel Point Marina en dan was het wachten tot iedereen zijn stingersuit kreeg en we allemaal een bedbuddy hadden gevonden. Het waren immers allemaal 2 persoonsbedden dus besloten ik en een Zweedse jongen dan maar samen te hokken, net als de 2 Britse jongens, 2 Duitse meiden en 3 Britse meiden. De Zweed en ik logeerden in hetzelfde hostel maar toch hadden we elkaar nog niet gesproken. Om 12u zetten we dan eindelijk koers richting de Coral Sea om er te snorkelen. Nu voordien kregen we eerst een uitgebreide briefing en een snelle lunch. Het eerste koraalrif was niet bijzonder speciaal, maar het uitzicht op de marine- en azuurblauwe kleuren van de zee was wel prachtig. Na het snorkelen zetten we koers richting de slaapplaats in Turtle Bay (denk toch dat het zo heette) want dit was de graasvlakte voor de schildpadden. In het donker was het niet al te eenvoudig om schildpadden te spotten, mede doordat ze slapen, maar de dag nadien was er geen tekort aan schildpadden die hun kop eens boven kwamen steken voor verse zuurstof. Schildpadden kunnen blijkbaar makkelijk 20 minuten onderblijven en grazen alvorens ze nieuwe lucht moeten happen. En de schildpadden zijn zeker niet de kleinste. Na het ontbijt en het schildpadden spotten was het tijd voor Whitehaven Beach, het mooiste strand van Australië met bijna pure silica. En wat doe je dan, massaal veel foto’s maken. En dankzij het vroeg wakker worden, waren we als eerste op de locatie (tja op de andere boten staat feesten voorop dus dan krijgen ze ook een heleboel mensen als bonus op hun foto’s). Whitehaven is echter prachtig (en we hadden geluk want het was nog steeds zonnig) en het was eb (jammer want vloed geeft een veel mooier effect) wat ons toeliet om ver te wandelen en de roggen en haaien te zien. Ik zag geen van beide, maar sommige van onze groep zagen die dan weer wel. En dan volgt het spa gedeelte van deze trip. Silica is namelijk perfect voor een bodypeeling, tanden poetsen/bleachen, haar wassen en goud oppoetsen. Nu deel 1 en 2 deden de meeste wel maar deel 3 en 4 was niet in trek. En dan begon het te regenen, slechts 5 minuten, maar genoeg om ons terug te jagen naar het andere strand. De crew moest er natuurlijk mee lachen dat we van enkele druppels het strand verlieten. In de namiddag stonden dan opnieuw 2 snorkelplaatsen op het programma. De eerste was oke, de tweede was goed en de derde was uitstekend. Prachtige koraalformaties en een heleboel vissen (wel veel dezelfde, dus de diversiteit liet wat te wensen over). En na het snorkelen was het tijd voor ons feestmomentje. Vanaf uur begon iedereen de goon, wijn, bier en spirits boven te halen en zat iedereen mooi te turen naar de zonsondergang. En wanneer het donker was, was het tijd voor de drinking games. Zo leerden we elkaar al veel beter kennen maar wat er na die drinking games plaatsvond, daar heb ik geen idee van. Er zijn foto’s van maar die komen (gelukkig) niet online. De dag nadien hadden we toch met een aantal een stevige hangover, wat op een boot niet al te fantastisch was. Gelukkig bereikten we de haven rond 10 uur en konden we allemaal onze hangover verwerken.

En die hangover kostte me dan ook nog eens behoorlijk veel geld. Want doordat ik me zo slecht voelde, wou ik mijn bagage maar oppikken om 5u zodat ik die niet overal moest meesleuren voor ik de bus 2 uur later kon nemen. Maar toen bleek de opslag al gesloten te zijn waardoor ik zonder bagage naar Rainbow Beach moest. En om die achteraf op te sturen, rekenden ze me nog eens 66 dollar aan ook. Nu met de hele bende hadden we ontzettend veel plezier beleefd. Mijn Zweedse roommate trok noordwaarts richting Cairns (net als de halve boot) en de andere helft trok net als ik zuidwaarts richting Rainbow Beach.

En aan de busstop ontmoette ik een Spanjaard die ik ook ontmoette in Cairns. Hij zette ook koers naar Rainbow Beach. De hele busrit sliep ik echter om mijn hangover te verwerken. Eenmaal in Rainbow Beach merkte ik al snel hoe saai dit dorp is. En top of the bill, ik wandelde 1 uur rond in het dorp op zoek naar het hostel, terwijl het gewoon aan de busstop lag.

’s Middags was er dan de briefing en werd ik ingedeeld in een volledig Duitstalige auto. Dus met wat angst begon ik aan de Fraser Island tour de dag nadien. Maar het viel echt reuze mee want ze deden wel de moeite om Engels te spreken. Met elke stop wisselden we van bestuurders zodat iedereen de fun van 4×4 rijden kon ervaren. En omdat wij blijkbaar met de auto aan het vechten waren, was onze groepsnaam snel gekozen “Don’t Fight The Car”. De andere groepen kregen de toepasselijke namen “Dingo Wankers” (voor de dingo’s op het eiland) en “7 Vaginas” (1 jongen met 7 meisjes). Op de tour was er ook wat Nederlands aanwezig met een Antwerpse en Nederlandse meid. Ook Deens was aanwezig, met toepasselijk, 2 meisjes met dezelfde naam.

We bezochten de eerste dag Lake McKenzie, Maheno Shipwreck en Central Station. Het meer was prachtig en gevuld met 100% zuiver water, geen vis, geen plant en geen vuil te bespeuren. Zonder beweging zonk je gewoon letterlijk naar de bodem doordat het water niks van draagkracht had. Maheno Shipwreck was een wrak waar op dat moment teveel toeristen waren. Toppunt was dat we het wrak de volgende dagen nog 4 maal zouden voorbijrijden zonder de massa mensen maar er nooit stopten. Central Station was gewoon een kraakheldere rivier met water van 12°C en een holle boom. De geschiedenis van de Aboriginal bewoners die er vroeger woonden was echter interessant. Om de activiteiten af te sluiten, gingen we sandboarden. Een zandvariant van snowboarden en behoorlijk lastig want sturen lukt al helemaal niet. ’s Avonds stond er een barbecue op het programma met een overvloed aan vlees. Lekker en vooral hier konden we ook al het zand afspoelen in een heerlijk warme douche. We leerden elkaar ook veel beter kennen, wat echt nodig was want niemand had eigenlijk veel gezegd tegen elkaar. En een kampvuur maakte de avond compleet. Alleen misten we marshmallows die we wel hadden betaald.

Lake McKenzie

Lake McKenzie

IMG_6829

De groep

De groep

IMG_6843

Maheno Shipwreck

Maheno Shipwreck

IMG_6867De volgende morgen stonden we op om 6u voor een ontbijt en vervolgens door te trekken naar de Champagne Pools, Indian Head, Eli Creek en een Ti Tree Lake. De Champagne Pools werden niet gesmaakt door de groep. Het was de minst interessante attractie van de tour en het deed ook behoorlijk pijn aan de voetjes met die scherpe schelpen en rotsen. Indian Head gaf ons een mooi uitzicht over het strand en was wel oke voor even. Het leukste was Eli Creek, een natuurlijke lazy River waar iedereen met een board of een rubberen band gezellig in dobbert richting de zee. Een toppertje met dan nog eens prachtige natuur rondom de rivier zelf. De jongens speelden nadien nog wat watervoetbal en waterrugby alvorens we doortrokken naar het Tea Tree Lake. Tea Tree (en ik had er nog nooit van gehoord) is blijkbaar een natuurlijk antisceptisch middel waar vrouwen verzot op zijn. Alle meisjes gingen zonder moeite het meer in terwijl bij alle vorige stops ze meestal aan de kant bleven. Ik vond het niks speciaals en het was vooral koud nadien omdat de zon onderging. De weg naar het meer was ook niet de meest aangename met bijna-botsingen en heel wat roadbumps. ’s Avonds stond er dan penne bolognaise op het programma die ik, een van de Duitsers en 2 Portugese meisjes klaarmaakten. Het nam ons ongeveer 2 uur in beslag om alles te koken wat achteraf gelukkig geapprecieerd werd. Nadien sloten we de avond af met spelletjes en een kampvuur met marshmallows. Ook gingen we nog stormspotten op het strand en hoopten we dingo’s te zien, tevergeefs. De dingo’s kwamen de dag nadien wel tevoorschijn toen we naar huis reden. Maar daarvoor bezochten we nog Lake Wobby, een meer dat constant verandert doordat de duinen zich verplaatsen. Het heeft ook de bekende regenboogvisjes in zich die de dode huid eten van mensen. Het voelt een beetje kriebelend aan en de grotere visjes bijten net iets harder aan de dode huid waardoor je het lostrekken echt voelt. Wel een geslaagd spa gedeelte van de tour. En blijkbaar keerden we ook 1 uur te laat terug, wat voor ons niks uitmaakte aangezien we daarna toch naar huis reden. Nog een lunch (voor de derde dag op rij wraps met ham en kaas en groenten, fruit en koekjes) en dan op de ferry richting hostel. Daar hadden we nog een fijne avond met drinking games en veel gebabbel en een barbecue. En omdat deze stop halverwege de east coast ligt, is er een halve groep die omhoog gaat richting Cairns en een halve groep die richting Brisbane en Noosa trekt. Zo kan iedereen nog wat samen verder trekken op hun Eastcoast trip, iets wat ik ook deed met een Ierse, Duitse en Nederlandse meid.

IMG_6891 IMG_6892 IMG_6901 IMG_6922 IMG_6926Tot zover deel 2 van dit laatste avontuur. Ondertussen beleef en schrijf ik deel 3 😉

De laatste avonturen Down Under – Deel 1

Na 2,5 maanden werken en wonen in Sydney, was de tijd aangebroken om die zuurverdiende centjes mooi te spenderen aan een onwaarschijnlijk mooie reis.

Het weekend spendeerde ik met Guy, de Canadees die ik ontmoette in Coffs Harbour, in Newport en Palm Beach met een uitebreide hoeveelheid champagne. Alleen terugrijden naar Chatswood was een probleem en het duurde 2 uur voor een afstand van 20 km. Mijn bus was te laat waardoor mijn verbinding mistte.

Palm BeachDus op 4 oktober, heel vroeg in de ochtend en nadat het zomeruur was ingegaan, stapte ik op de trein en de bus richting Domestic Airport. Nu dat verliep alles behalve vlot. Eerst werd me meer aangerekend dan zou mogen, maar goed die paar dollars meer of minder, en vervolgens reed de buschauffeur de verkeerde richting uit. Gelukkig was er een attente medewerker van Qantas die de chauffeur er netjes op wees dat dit niet zijn route was, dus in achteruit met de bus een kruispunt op, maar het liep goed af. Nadien wist hij ook niet aan welke halte hij moest stoppen.

Nu eenmaal op de luchthaven zat ik in de verkeerde terminal. Ik had geboekt bij Jetstar maar die buschauffeur dropte ons aan de Qantas terminal. Na even lopen met overmatig zware bagage kwam ik in de check-in terecht waar ik vervolgens iedereen mocht voorbijsteken omdat mijn vlucht de bagage dringend nodig had. En ohjee wat had ik geluk zeg. Ik had 20kg bagage geboekt maar mijn koffer woog maar liefst 24,5kg, een slordige 6kg meer dan toen ik naar Australië kwam, en wetende dat ongeveer de helft nog bij een vriend ligt in Sydney.

Nu de vlucht naar Goldcoast was kort maar prachtig. Het weer was ideaal en ik had een zitje aan het venster met een gratis zicht op de Sydney Harbour met haar brug en opera. Ook Palm Beach kon ik van boven bewonderen net als de rest van de kustlijn en Great Dividing Range. En vervolgens gaf de piloot ons nog eens het foutieve uur in Goldcoast. Door hun vluchtschema moesten ze 4 keer van tijdzone veranderen waardoor de piloot zich had vergist. Gelukkig had hij de bestemming wel correct.

Nu het was al behoorlijk warm om 7u25 maar ik had geen haast dus bleef ik eventjes op de luchthaven. Coolangata ligt wel behoorlijk ver van Surfers Paradise en een ritje is bijlange niet goedkoop. 9$80 betaalde ik, wat wel erg prijzig is, dus ik kocht me nadien direct de Translink kaart om het “goedkopere” tarief te claimen. Na dag 1 had ik al 30 dollar verbruikt voor OV alleen.

Ik dropte mijn bagage in het hostel en zette direct koers richting “Dreamworld”. Dat ligt behoorlijk ver van Surfers Paradise zeg. En ondertussen zag ik ook al Warner Bros Movie World, Wet’nWild, SeaWorld en White Water World. En top of the bill, ook de chauffeur van deze bus vergiste zich van weg maar had het gelukkig wel direct door en maakte rechtsomkeer en verontschuldigde zich ook direct.

Dreamworld is een mooi pretpark met een aantal topattracties maar heeft wel het Australische model van prijzen behouden. Een dagje Dreamworld en White Water World kost je 99 AUD, een 21 dagen pas kost evenveel. Foto’s zijn overdreven duur geprijsd en je mag er echt niks bijhebben op een attractie. Alle losse items en GoPro’s zijn er verboden op de thrillrides en in de rapid River moet je een velcro veiligheidsband dragen. En het was zo heet dus ik hoopte op verkoeling in de waterattracties, maar oh wat had ik me daarin vergist zeg. Geen spatje water krijg je op je. Een ander heel groot nadeel is het feit dat de wachtrijen kort zijn maar heel lang duren. Ze nemen ruim 5 minuten per rit om alles te regelen, terwijl het perfect in 2 kan. Ze werken hier vaak ook alleen aan een attractie waardoor alles nog trager wordt.

Toch vond ik een van de leukste dingen eens geen rollercoaster maar een lasershooter. Eentje waar je op elkaar moet jagen. En hier haalde ik ook de hoogste score van de hele groep. En een Australische jongen vond het blijkbaar ook heel plezant en begon dan maar een gesprekje met mij.

Je kan er ook met kangoeroes op de foto en je kan ze aaien als je wil. Ook de koala’s zijn van de partij, al waren die toen eerder toe aan hun 23-uren slaapje. Tower of Terror 2 is een toffe ride maar Buzzsaw is de beste coaster in het park.

Cyclone is een ruwe rollercoaster die me toch een beetje tegenviel, al zag die er wel heel leuk uit qua uitzicht. Buzzsaw is gewoon super, een vierkantje maken en overkop gaan en ook even zo blijven hangen. Tower Of terror II is een launch coaster waar ze het karretje omgekeerd hebben ten opzichte van de vorige versie. Dus je gaat achterwaarts omhoog met een heel kort maar mooi uitzicht over het park. Pandamonium is een normale attractie waarbij je overkop gaat en die 2 standen heeft. Ik koos voor de wildste en die was bijzonder aangenaam. The Giant Drop geeft je een immens mooi uitzicht over Coomera en dus over Dreamworld maar je kan er ook Warner Bros Movie World, Wet’n Wild en White Water World mee zien. De hoogte daar heb ik geen idee van, maar het was een goede vrije val. De waterattracties vond ik ronduit slecht, ook al is de rapid River een enorm potentieel mocht je wat natter worden. De bootjes gaan namelijk door een pikdonkere tunnel waar ze dus met gemak stroomversnelling, watervallen en dergelijke in kunnen installeren. Er staat ook een surferattractie, weliswaar betalend maar oh zo leuk om te zien. De rest van de attractie zijn zo’n beetje de standaardattracties in pretparken en op kermissen.

IMG_6205 IMG_6207 IMG_6211 IMG_6242 IMG_6248 IMG_6249 IMG_6267De terugrit naar huis was ik zo moe dat ik de hele rit geslapen heb. Wat wil je ook, ik sliep de nacht voordien slechts 3 uurtjes, en ik was al de hele dag in de weer.

Surfers Paradise is typisch Amerikaans. Een uitgebreid uitgaansleven, lange surfstranden en veel Amerikaanse invloeden. En de promenade is zo lang dat je er denk ik 2 dagen op kan wandelen van Tweed Heads in het zuiden tot verder dan South Stradbroke Island in het noorden.

IMG_6466 IMG_64715 oktober was het dan de beurt aan SeaWorld, wat op 5 minuten wandelen lag van het hostel waar ik verbleef. Dus ik kon uitslapen, en uitgebreid mijn tijd nemen in de ochtend. Dit was echt een tegenvaller van jewelste. De wachtrij om het park in te komen nam al 35 minuten in beslag in de bloedhete zon. Nadien ontdekte ik dat het helemaal geen waterpark was, maar eerder een oceaanzoo met pretparkattractie en daarin nog eens een betalend waterpark. De wachtrijen waren zo lang, dat je minstens 1 uur moest wachten aan elke attractie. En top of the bill, je moet voor elke attractie een locker nemen om je spullen in op te bergen. Iets wat me in het verkeerde keelgat schoot, dus ik ben dan ook direct naar guest services gegaan om er even mijn beklag over te doen. Niet dat ze er zich iets van aantrokken, dus woedend was ik. 4 attracties kon ik doen, en in de monorail werd men verzocht uit te stappen om andere mensen ook eens een ritje te laten maken. Nog nooit zag ik een park met zo’n beleid. Het was een feestdag en er was dus veel volk, maar het park besloot om overal maar 1 treintje in te leggen in plaats van de volle capaciteit. En dan moet ik nog vertellen dat een attractie uitviel toen ik in de rij stond, ik bleef wachten omdat ze zeiden dat het maximaal 20 minuten in beslag ging nemen, en uiteindelijk ik 1 uur verloor zonder de attractie te kunnen doen. Dus extreem zwaar ontgoocheld.

IMG_6295 IMG_6290De dag nadien deed ik Wet n Wild Waterworld, ook van Village Roadshows (Warner Bros). Een prachtig park, waar ik dus wel een locker nam van 10 dollar voor de hele dag. En dat begon niet zo goed, want ik kon de locker niet meer in dus moest ik 30 minuten wachten alvorens ik werd geholpen. Gelukkig zijn de attracties wel zeer goed maar de wachtrij was opnieuw minstens 30-45 minuten per attractie. En je moet hier meestal met 2 in een attractie, wat ik natuurlijk zeer nadelig vond als single rider. Gelukkig was op de meeste attracties het personeel vriendelijk genoeg om een andere single rider te zoeken. Dus kon ik alle attracties doen, weliswaar niet op 1 dag. Er zitten echt enkele toppertjes tussen, zoals een trechterattractie, kamikaze en een loopingwaterglijbaan. Die laatste was absoluut de beste. Je valt door een luik recht naar beneden en maakt een looping waarna je vervolgens pijlsnel het water in vliegt (als je door de looping komt natuurlijk, want ook al wegen ze iedereen, soms blijft er wel eens eentje steken). Er was ook een racer met matten, die ik eigenlijk wel tof vond, eenmaal ik doorhad hoe die matten geplaatst moeten worden. Er zat ook een snake glijbaan bij, die je wel heel steil naar beneden stuurt. En ook een coaster, de surfrider, die verbazingwekkend fun was. Eigenlijk was dit park wel goed, maar ik stopte iets vroeger om foto’s te nemen in Warner Bros Movie World (WBMW) zodat ik mijn camera niet opnieuw hoef mee te sleuren.

IMG_6341 IMG_6355En dan de dag nadien was het tijd voor WBMW. Ik begon met Arkham Asylum, waar ik een vriendelijke Australiër ontmoette die me vergezelde op deze rit. Een intens leuk ritje met een relatief korte wachtrij. Nadien wou ik Superman doen, maar hier kreeg ik opnieuw te horen dat ik een locker moest nemen voor mijn zakdoek en toegansticket. Dus ging ik vervolgens op Scooby Doo Spooky coaster, met een immense wachtrij. Wel een toffe coaster en redelijk goed gethematiseerd. Nadien was het de beurt aan de boomstammetjes, met opnieuw een immense wachtrij. De attractie is wel goed, met een achterwaartse val als bonus. Je wordt er ook voldoende nat, wat ik kon beamen op deze hete dag. Nadien probeerde ik opnieuw Superman, en opnieuw werd ik geweigerd, wat de druppel was. Eerst deed ik nog de Batwing shot en Justice League 3D waarna ik rechtstreeks naar de Guest Services ging en er zwaar mijn beklag deed. En ditmaal luisterde ze wel en ging ze het doorgeven aan de manager en bekijken hoe het anders kan. En ik kon Superman doen, want zij zorgde gratis voor mijn spullen. Superman was de beste attractie in het park, dus jammer dat ik hem maar 1 keer kon doen. Ik deed ook nog Looney Tunes World en de 4D movie van Road Runner en Will E Coyote. Daarna deed ik nog het laatste stukje van Wet n Wild.

IMG_6372 IMG_6374Op donderdag stond White Water World op het programma. Het was zwaar bewolkt, winderig en een beetje fris wat het dus niet ideaal maakte voor een tripje in een waterpark. Maar voor mij was het perfect. Zonder een enkele wachtrij had ik het park al afgewerkt in 2 uur. Dus nadien profiteerde ik nog wat van het aanpalende Dreamworld. De waterattracties zijn goed en het personeel vriendelijk en behulpzaam. Enkel de Super Wedgie is niet bepaald aangenaam voor de rug. Zonder mat doet dat toch wel pijn. Ik kon echter 1 attractie niet doen omdat er minsten 2 personen voor nodig waren en er niet voldoende volk was. Een toppertje was de Triple Vortex, waar ik heel veel plezier aan beleefde.

In Dreamworld bezocht ik 3 films van Dreamworks, en deed ik nog eens Tower of Terror II en Buzzsaw en nog een aantal niet eerder bezochte attracties. Helaas was de lasershooter nu gesloten, wat ik zeer jammer vond.

Op de laatste volle dag in Gold Coast bezocht ik Surfers Paradise, Q1 en Skypoint, en Seaworld (jawel, ik wou alle attracties doen en enkele shows zien). De Q1 met skypoint als skydeck geeft je een overweldigend uitzicht op de Gold Coast en met wat geluk zie je Brisbane en NSW. Helaas was het bewolkt maar goed, ik had een mooi uitzicht en het was inbegrepen in mijn toegansticket van Dreamworld. Nadien wandelde ik nog even door Surfers Paradise en maakte ik wat foto’s (overdag, want de dag voordien had ik er al gemaakt biy nighttime). Niet zo speciaal voor mij. Ik ging ook even naar de Pacific Fair en Australia Fair, 2 shoppingcenters waarvan ik kan zeggen dat de een er bijzonder mooi uitziet en veel winkels aanbiedt.

’s Avonds was het BBQ time en het was eigenlijk wel gezellig met 2 Poolse Duitsers, 2 Fransen, 1 Canadees, een Duitse en een Zwitserse.

Nadien vroeg opstaan en richting Byron Bay. Want mijn eerste week van mijn laatste travels zit er al op. In Byron Bay zag ik de hippies een voor een verschijnen. Een uitgestrekt strand en een mooie natuur, meer moet dat niet zijn. Ik startte met de trip naar de vuurtoren die me in totaal 3 uur tijd kostte. En ondertussen werd ik ook opgebeld door Seaworld die mijn klacht blijkbaar serieus namen want ze vroegen mijn mening en hoe hun park verbeterd kon worden. Dus een conversatie van 10 minuutjes later zette ik mijn tocht verder langs de straten (en het zijn er niet veel) van Byron Bay. See you next week with a brand new story.

Sydney ever after or the totally fucked up roadtrip

Na 3 maanden is het hoog tijd om nog eens een blogberichtje te schrijven.

Het eindigde allemaal in Cairns waar ik helaas door het overlijden van mijn oma een tijdelijke onderbreking van mijn reis moest inlassen. Dus keerde ik 2 weken terug naar België om vervolgens mijn reis te hervatten in Cairns. Ook al vond ik de stad niet zo heel erg aangenaam, toch bleef ik er nog een weekje voor ik besloot verder te trekken richting Townsville. Ondertussen nam ik wel een kijkje in de dorpen en steden die ik tegenkwam en bezocht ik een aantal watervallen op deze route.

Eerst aan de beurt was “The Boulders”, een sterkstromende rivier met daarin enkele mooie ronde rotsen. En het leuke, stroomopwaarts kon je zwemmen in een waterhole, wat ik uiteraard ook deed. Helder water lijkt ongevaarlijk, maar het is bijzonder diep en de keien zijn spekglad en het was wat frisjes maar ik heb het overleefd.

Nadien waren Josephine Falls aan de beurt. Bijzonder leuk, want hier kan je zwieren aan een liaan en glijden van een rots (een waterglijbaan welteverstaan).

De eerstvolgende stad was Innisfail, een stad bekend om haar bananenteelt. Ik was er net op Anzac Day dus niet bepaald de meest interessante dag om er te zijn met al die festiviteiten voor 100 jaar Gallipoli. Ik kon er wel genieten van enkele mooie gebouwen langs de rivier.

Vervolgens bracht ik een bezoekje aan Murray Falls, een van de mooiste watervallen volgens Queenslanders en je kan er ook zwemmen en glijden van de rots. Nu hier besteed ik niet veel tijd aan want ik wou nog verder rijden naar Wallaman Falls. Eerst nog even stoppen aan de driver reviver voor een gratis tasje koffie en dan reed ik landinwaarts naar de hoogste watervallen van Australië. Wat ik te zien kreeg was adembenemend. Nog nooit zag ik een single drop waterval van deze omvang. En het kan groter want tijdens het nat seizoen is ze op haar mooist. Ik leerde hier ook enkele Canadese Australiërs kennen en ook een Japanse Australische. Heel wat babbelen en samen dineren en vervolgens bracht ik er de nacht door op de kampeerplek. ’s Nachts stonden we op om even de Melkweg in al haar glorie te bewonderen. Hier kan ik keer op keer naar kijken zonder dat het verveelt. Indrukwekkend dat de hoeveelheid lichtvervuiling zo’n mooi spektakel kan verbergen.

Bij mijn terugkeer naar Cairns (na lang twijfelen) kreeg ik echter ook het minder aangename nieuws van mijn tocht te horen. Helaas was mijn oma overleden. Toch wel het ergste wat je kan vernemen als je aan de andere kant van de wereld zit. Dus vlug de reisbijstand bellen om me zo snel mogelijk terug in België te brengen. Gelukkig is Allianz Global Assistance NL altijd bereikbaar en leveren ze fantastisch werk. ’s Ochtends belde ik, ’s avonds zat ik al op het vliegtuig naar Brisbane en vervolgens naar Dubai en Brussel. Hier bracht ik twee weken door om onder meer de begrafenis bij te wonen en te bekomen van het tijdsverschil om nadien de tocht terug te maken naar Cairns via Dubai en Sydney.

En daar begon het dan met een immense jetlag waar ik ongeveer een week voor nam om van te bekomen. Ik zocht ondertussen wel hardnekkig naar werk maar helaas ontdekte ik dat Cairns een bijzonder slechte uitvalsbasis was. Het weekend nadien arriveerde de Nederlands jongen die ik leerde kennen in Melbourne en dan zochten we samen naar werk op farms (zonder resultaat). Enkele dagen feesten in Gilligans en nadien besloot ik definitief Cairns te verlaten. Ik trok terug naar Townsville samen met de Nederlander en een Brit. Even stoppen in Mission Beach en dan kwam ik eindelijk aan in mijn geliefde Townsville. Het was hier broeierig warm en zonnig (in tegenstelling tot Cairns waar het al de hele week regende). En hier start de zoektocht naar werk opnieuw.

Prachtig vind ik deze stad, en vooral het is hier stukken warmer en zonniger dan in Cairns. De Nederlander en Brit verlieten Townsville al na 3 dagen, ik bleef (vooral om mijn land te supporteren op het Eurovisie songfestival, want dat kan door te televoten om 5u in de ochtend) en om werk te vinden. En dat laatste vond ik ook, in Dalbeg. En jammer genoeg voelde het een beetje dodgy doordat je hier voor alles moet betalen aan woekertarieven (accommodatie kost 170 AUD, als je iets kapot maakt, als je iets vergeet, …) en vooral ze plaatsen je shifts zo dat je zo weinig mogelijk verdient en zo weinig mogelijk kan doen. Dus toen ik er was hoopte ik zo snel mogelijk een betere farm te vinden en liefst in een iets koeler klimaat.

Ik reed met een medefarmer naar Bowen en Airlie Beach. In Bowen snorkelden we een beetje, al was de zichtbaarheid onder water slecht, maakten we een wandeltocht en genoten van het uitzicht. Nadien arriveerden we in Airlie Beach en echt waar, dit is een geweldig dorpje. Prachtig gelegen, tropisch aangelegd en altijd goed weer. Jammer dat ik nu de Whitsundays niet kan doen (het geld is op). Maar genieten van het landschap, dat kan wel. En hier kwam ik tot het besluit dat ik maar ga werken in de Snowy Mountains. Ja, je leest het goed, ijskoude temperaturen, bergachtig klimaat en vooral 2400 km zuidelijker dan waar ik zat op dat moment. Maar hier verdien je wel geld en kan ik mijn tweede visum verdienen. Nadien doe ik de rest van de oostkust wel opnieuw om alles te zien dan.

Helaas was dit wel de grootste fout die ik ooit maakte. Je moest veiligheidsschoenen en een fluojas kopen (alles samen 150 dollar) en dan werkte je in ontzettend slecht weer. Ook waren de rijen nauwelijks zichtbaar waardoor je zeer weinig bomen kan planten in het tijdsbestek. Hier verdiende ik dus 32 dollar op 1 dag voor zeer zwaar werk waarvan alles automatisch naar accommodatie ging. Ik besloot dus om het hier voor bekeken te houden. Eerlijk gezegd heb ik er eigenlijk genoeg van hoe Australiërs backpackers behandelen maar ik wil het nog een allerlaatste kans geven.

Dus opnieuw naar Canberra, en ditmaal in de winter. Nog steeds een dure stad maar fantastisch om in het hostel een lekker warm zwembad te hebben en een saunaatje te doen. Nog even wat rondwandelen in de stad en vervolgens terug naar Sydney.

En daar aangekomen, wat een ramp zeg. Zoveel verkeer en zo druk, dat had ik in maanden niet meer gehad. Maar het is en blijft mijn favoriete stad. Hier wandelde ik naar Bondi Junction, door de stad, langs enkele wijken die ik nog niet kende en dat besloot ik om naar Coffs Harbour te gaan. Gewoon omdat hier farmwork was.

Ohja, voor ik naar de Snowy Mountains ging, bezocht ik ook nog Mackay (oersaai), Rockhampton (toffe stad), Gladstone (een beetje tussenin maar wel mooi), Hervey Bay (leuk en mooi) en Maryborough (mooi en authentiek). Nadien reed ik landinwaarts naar Kingaroy, Goondiwindi, Moree, Dubbo en nog tal van andere dorpjes.

Maar goed Coffs Harbour nu. Een fantastische belevenis. Aussitel Backpackers is waarschijnlijk het beste hostel waar ik al ben geweest. Hier SUPte ik voor het eerst (Stand Up Paddel), won ik de Coffs Creek Challenge, hadden we een beachfire, ontzettend leuke activiteiten en vooral was ik even verlost van al die achterlijke jobzoektochtjes. Ik ben nu al 7 maanden op zoek naar een job, en dit zonder resultaat. Telkens weer kom je voor verrassingen te staan (geen job als je er bent, niet genoeg werk voor lange tijd, veel meer kosten dan was voorgesteld, …). Zo reed ik naar Tamworth omdat we een job hadden in Moree, en toen we er aankwamen moesten we zelf bellen en zei ie doodleuk “ja we weten niet of we nog mensen nodig zullen hebben”. Eikels zijn het hier.

Maar goed, ik reeds terug naar Sydney, werkte er een weekend voor een firma die festivals afbreekt en vond vervolgens een fantastische job. Living Edge verhuist meubelen voor het stylen van huizen voor ze verkocht worden of voor mensen die net aankomen in Australië. Heel tof werk en vooral een leuk team. Dus ik verblijf in Sydney tot oktober.

En nu nog even als extraatje, gewoon omdat ik het vergeten was te vermelden. Airlie Beach is een tropische paradijsje en de gateway naar de Whitsundays, iets wat op het programma staat in oktober/november.

Rockhampton ligt pal op de steenbokskeerkring met als gevolg dat de ene kant tropisch is en de andere subtropisch. Leuk want ik was die vergeten fotograferen in Alice Springs.

Bundaberg is de stad die bekend staat om farming en rum. En die laatste die wou ik wel eens gemaakt zien worden. Alleen had ik er niet op gerekend dat de distillerie al sluit om 3u30. Dus geen geluk dit keer. Verder valt hier niks te beleven.

Nadien deed ik Gladstone, wat volgens mij een echte industriestad is waar je wel een paar mooie plekjes hebt. Vooral het waterpark is fantastisch mooi aangelegd. En nadien volgde Agnes Waters en Town of 1770, beide uitermate klein maar hier was wel een supertof hostel (Cool bananas). Het is het meest noordelijke strand aan de oostkust waar je kan surfen en waar je toch ook kan duiken en snorkelen in het Great Barrier Reef.

Het volgende verhaal is voor na Sydney wanneer ik de oostkust afwerk en nadien terugkeer naar België. Maar eerlijk, ik zou maar al te graag in dit land blijven en misschien dat het er ooit wel van komt.

Foto’s volgen later 😉

Welcome to the Sunshine State – noord Queensland

Eindelijk was het zover, we reden Queensland binnen vanuit de Northern Territory. Deze staat had ik als laatste bewaard (hoewel ik twijfel om nog naar Darwin te vliegen en de westkust te ontdekken). Hier kon ik eindelijk snorkelen, duiken, genieten van prachtig weer en tal van andere activiteiten. En voor het eerst in mijn leven zit ik in de tropen. Want inderdaad, zoals reeds beschreven ligt net boven Alice Springs de steenbokskeerkring. De eerste stad op de route was Mt Isa. Een echte industriestad met immense mijnen. Gezellig om er even te vertoeven (alhoewel het er 40°C was). En bovenop de lookout kreeg je ineens ook alle afstanden te zien naar andere steden in de wereld. En de afstanden zijn onwaarschijnlijk.

Look how far everything is :p

Look how far everything is :p

Mt Isa

Mt Isa

Welcome to Queensland (een van de lelijkste welkomstborden ooit)

Welcome to Queensland (een van de lelijkste welkomstborden ooit)

Mijnen van Mt Isa

Mijnen van Mt Isa

Heeeeeeel diep

Heeeeeeel diep

Vervolgens ging de trip door enkele saaie dorpjes zoals Cloncurry, Julia Creek, Hughenden en Richmond (waar een dinosaurus je verwelkomt en waar je fossielen kan zoeken). En na deze saaie dorpjes besloot ik gewoon in een stuk door te rijden naar de volgende grootstad, Charters Towers. Het was al donker, dus we konden moeilijk de pracht van deze stad waarnemen, maar toch enkele foto’s genomen. En een ontmoeting met een dronken (of high) aboriginal pikten we ook nog mee alvorens we onze tent neerzetten op een freecamp verderop.

Kronosaurus (Richmond, QLD)

Kronosaurus (Richmond, QLD)

Richmond (QLD)

Richmond (QLD)

Charters Towers

Charters Towers

Charters Towers

Charters Towers

Charters Towers

Charters Towers

En dan reden we door naar Townsville, de eerste stad met oceaan sinds Port Augusta. En deze stad is gewoonweg prachtig. Veel zon, 35°C en een wondermooi uitzicht. En zoals gewoonlijk zoek je het informatiecentrum op om meer te weten te komen over deze stad. Veel unieke gebouwen die je doen terugdenken aan de beginjaren. En in het informatiecentrum ontzettend vriendelijk personeel. Dus na deze info trokken we door de stad, maakten wat foto’s en reden naar het hoogste punt, Castle Hill. Wat een uitzicht! Een 360° view over de stad en een mooie kijk op Magnetic Island. Na de middag trokken we naar het strand om een duik te nemen ter verfrissing. En helaas is april nog steeds “stinger season” dus moet je zwemmen in de door netten begrensde delen van de zee. Maar het water, dat 27°C was, was voldoende voor ons. Snorkelen kan je er toch niet aan de kust want er zijn geen koraalriffen.

Overview Townsville (Castle Hill)

Overview Townsville (Castle Hill)

Townsville

Townsville

Townsville

Townsville

Townsville

Townsville

IMG_5334 IMG_5340 IMG_5341 IMG_5347 IMG_5351

De volgende dag waren we vroeg uit de veren voor Magnetic Island. Normaal zouden we de markt ook doen, maar door tijdsgebrek kwam het er niet van. Nu ik doe de markt later dit jaar wel eens, want ik vind de stad super. Op Magnetic Island kregen we volop zon, een zee van 29°C en helaas een trage bus. Nu voor 35 dollar (ferry + bus) wouden we wel zoveel mogelijk genieten van het eiland, dus startten we in Horseshoe Bay, waar een markt was. Vervolgens deden we een wandeltocht en spendeerden we een uurtje op een prachtig afgeschermd strand met afgestorven koraal . Daarna Arcadia en als afsluiter Picnic Bay met de pier. De zonsondergang bracht mooie kleuren mee en daar hadden we een mooi overzicht over Townsville. Na 4 uur in het water gespendeerd te hebben en 5 uur op het land, was het tijd om terug te keren naar Townsville en door te trekken naar Mission Beach.

Magnetic Island (Horseshoe Bay)

Magnetic Island (Horseshoe Bay)

Magnetic Island

Magnetic Island

Magnetic Island (Arcadia)

Magnetic Island (Arcadia)

Na een freecamp overnachting, kwamen we aan in Mission Beach, deel van de Cassowary Coast. Hier zou je cassowaries moeten zien, maar toen wij er waren, waren ze spoorloos verdwenen. Nu Mission Beach is een mooi dorp met een magnifiek strand. Hier kan je stingers in de zee tegenkomen, zoals de Box Jellyfish en de miniversie met de moeilijke naam, maar ook krokodillen. Nu, geen van al die dieren kwamen we ook echt tegen, dus daar zijn geen foto’s van. Na onze zwempartij tussen de netten, keken we naar de skydivers die landden op het strand. Prachtige locatie om neer te dalen.

Na Mission Beach reden we verder richting Cairns, waar we voor het eerst in 5 maanden de publieke barbecues gebruikten. Natuurlijk apprecieerden we een gratis barbecuestel, dus de maaltijd was oh zo lekker. Nadien reden we verder richting Port Douglas en Mosman, waar we overnachten in onze tent (ook al was het niet aangeduid als freecamp). En de dag nadien beseften we ook waarom je er best niet kampeert. Het ligt vlak naast een rivier waar krokodillen in leven. Nu geen last van gehad, we leven nog.

Nu volgde Daintree Forest National Park, naar horen zeggen wereldnatuur erfgoed. Maar niet zo heel goedkoop om er te geraken, 24 dollar voor de ferry van 3 minuten, gelukkig waren we met 2 om die prijs te delen. We hadden ons er meer van voorgesteld, slechts 3 korte wandelroutes, en enkele lookouts. En vooral, nog een heel eind rijden eer je arriveert op zo’n track. Eindhalte was sowieso Cape Tribulation, want nadien heb je een 4×4 nodig. Nu het park is wel mooi en tropisch met zo’n mooie vlinders. En alweer de cassowary waarschuwingen. Opnieuw zonder succes, geen vogels of krokodillen te spotten. Jammer. Na de middag waren we klaar met het park, dus op naar Port Douglas. Het Knokke van Noord Queensland. Sjieke huizen, golfterreinen, hotels en resorts, kortom het walhalla voor mensen met geld. Jammer genoeg konden we niet veel zien van de stad doordat regenwolken ons in onze auto dwongen. En net nu werd een man gebeten op het golfterrein door een krokodil.

In Cairns zelf hadden we ons het informatiecentrum iets anders voorgesteld. Nog nooit zijn we zo onvriendelijk behandeld. En om je batterij van je camera of telefoon op te laden, moet je niet naar Cairns komen. Nergens maar dan ook nergens vind je een publieke oplaadplaats voor je elektronische apparaten, zelfs niet in de bib. En helaas is het weer ook een spelbreker. Door het einde van de zomer kan het hier nog eens fel regenen. Nu de stad Cairns is ok. Minder mooi dan Townsville. De stad heeft dan wel geen strand maar biedt op de Esplanade wel allerlei fitnesstoestellen aan en een volledig gratis zoetwater zwembad vlak naast de zee, The Lagoon. Mooi zicht en aangenaam. En toppertje, hier zijn gratis en goede douches te vinden, voor de backpackers zonder accommodatie. Overal waar je komt, wordt je gestopt door tour operators die je een tour of activiteit willen verkopen. Maar ook deze zijn constant op zoek naar werknemers. En massa’s maar dan echt massa’s tour operators kan je hier vinden. En dan komen de prijzen naar boven, de duikcursus die ik wil volgen kost maar liefst 950 dollar, niet bepaald goedkoop (rekening houdend dat er nog een dagelijks riftaks bijkomt). Dus die houd ik tegoed voor als ik werk heb gevonden. Maar dan komt die dag waar Lukas en ik voorbij een shop wandelen en we gestopt worden om een skydive te boeken. 270 ipv 299 dollar. Dus besloten we een andere tour operator te bezoeken om de prijs nog meer te drukken. Uiteindelijk betaalden we 260 dollar + 35 dollar APF. Maar blijkbaar waren er andere tour operators die de skydive aanboden voor 230 inclusief APF. Jammer maar helaas, ’t was geboekt. Lukas had ondertussen zijn scubadive al gedaan en leerde er enkele Duitse meisjes kennen (niet zo moeilijk, aangezien 65% van alle mensen hier de Duitse taal spreekt als moedertaal). Jaja, een Duits ghetto :p Met hen gingen we, samen met nog 10 andere Duitsers, feesten. Eerst de Woolshed, dan Gilligans. Jep, hier kom je om te feesten en te werken, niet om er te wonen.

Zondag was het dan zover, onze skydive. 6u opstaan, 7u opgehaald worden en 9u onze vrije val. Een ongelooflijke ervaring, adembenemend, kicken, … wat een rush. Jammer dat het maar 1 minuut vrije val is en 4 minuten parachute afdaling. Maar 14000 ft is behoorlijk hoog (~5km hoogte) en om zelf de parachute te mogen besturen, ja daar teken ik nog eens voor – als ik er het geld voor heb :p ’s Avonds was het tijd om afscheid te nemen van Lukas. Na 3 maanden samen te hebben opgetrokken op een reis die ons van Sale via Melbourne, Adelaide en Alice Springs tot Cairns bracht, moesten we vaarwel zeggen. Ik bleef in Cairns, hij werkte zijn reis in Australië af met een 4 weken durende trip langs de Oostkust tot in Sydney om nadien met onze Franse roomies uit Melbourne naar Nieuw-Zeeland te reizen. Het was bijzonder vreemd om terug helemaal alleen in de auto te slapen en zoveel ruimte leeg te zien. Ik kan wel zeggen dat deze 3 maanden waarschijnlijk de beste uit mijn leven zullen blijven. Startend met een rotslecht betaalde job, samenhokken in een appartement in Melbourne en een Outback tour doen richting het tropische noorden, en dat samen met deze supergast. Viel spaβ Lukas und hertzlich Danke für 3 wirklich ganz geile Monaten!

Noord South Australia en de Outback

Adelaide guys, de hoofdstad van South Australia. Een beetje vreemd want hier is bijzonder weinig hoogbouw te vinden. En het is een wel heel erg geplande stad. Het CBD is volledig omringd door groen, wat ik fantastisch vind. Het centrum ligt wel een behoorlijk eindje van de zee, maar er rijdt een gratis tram heen, dus ideaal. We arriveerden tegen de avond en bezochten ineens de winkelstraat en het CBD. Alles was natuurlijk gesloten, maar foto’s nemen kon natuurlijk wel en dus deden we dat. Sommige gebouwen zijn prachtig, andere dan weer niet. En het North Terrace, daar vind je alle culturele en entertainment gebouwen. En aangezien hier een casino is, besloten we om nog eens te spelen … met gratis geld dat je krijgt bij registratie. Helaas verloren we de 10 dollars bij roulette nadat we net de cash hadden gewonnen, dus de avond was snel voorbij. En helaas konden we ook nergens nog eten want alles sluit hier vroeger dan in andere hoofdplaatsen.

IMG_4471 IMG_4475 IMG_4492 IMG_4559 IMG_4603 IMG_4630

Volgende dag was Mt Lofty aan de beurt. Met een adembenemend uitzicht over de omgeving en over Adelaide. En dan volgde een trek naar de waterval. Behoorlijk koud boven, dus met warme kleding aan deden we de tocht. En toen werd het warm en zwaar. Wat een steile klim naar boven nadat we de watervallen hadden gezien. Dus in de namiddag reden we naar Glenelg, het strand van Adelaide. Veel mooier dan St Kilda in Melbourne en met iets warmer water. De avond spendeerden we opnieuw in het centrum, waar we langs de rivier wandelden en de overige gebouwen fotografeerden. Vanuit Adelaide, wat centraal in South Australia ligt, trokken we noordwaarts. Een tip uit het informatiecentrum was om ’s avonds of heel vroeg ’s ochtends te vertrekken omdat alle inwoners van Adelaide tijdens het Paasweekend naar het noorden trekken met als gevolg files.

Dus die avond reed Lukas van Adelaide naar Port Augusta, wat een behoorlijk grote afstand is. En pikdonker met de mogelijkheid van overspringende kangoeroes en grazende koeien. Nu we zijn veilig aangekomen in Port Augusta. De stad wordt niet echt aanbevolen als veilig, maar goed, we overnachtten er en laadden de dag nadien onze apparaten op voor de lange trip noordwaarts. Jammer genoeg was die dag Goede Vrijdag, een feestdag in Australië, waardoor bijna alles gesloten was. Het toerismekantoor was open alsook een supermarkt. Ideaal, want opladen gebeurde in het toerismekantoor en onze laatste inkopen deden we in de supermarkt natuurlijk. De prijs is al een stuk hoger dan in de grootsteden, maar nog redelijk acceptabel.

Na Port Augusta – en zeg maar 2 km uit de stad – verwelkomde een prachtig landschap ons. Geen stukje stad meer te zien, alleen maar vegetatie, zand en bergen. Ongelooflijk hoe snel alles hier verandert. Nu begon het echte avontuur, want een tankstation vind je hier meestal elke 100 – 300 km. Dus moesten we het niveau van de benzine goed in het oog houden. De eerstvolgende stop om iets te bezoeken, was Coober Pedy, een opaalmijndorp in het noordwesten van South Australia. En om dat te bereiken was de afstand tussen roadhouse en dorp maar liefst 252 km. Nu we zijn er geraakt zonder problemen en hier overnachtten we voor het eerst in de tent, te midden van de outback. En er stond ons een prachtspektakel te wachten voor we gingen slapen. In de verte kon je het onweer zien, dat maar liefst meer  dan 200 km verder plaats vond. Maar we moesten niet treuren want ’s nachts kregen we het zelf over ons heen. Gelukkig is de tent waterproof en konden we rustig slapen.

De volgende dag was het dan tijd voor Coober Pedy. Toevallig was er tijdens het paasweekend net een festival aan de gang voor het 100-jarig bestaan van het dorp. Het heeft wat weg van een wildwest dorp, want alles is omgeven door zand en steen. Het leukste aan dit dorp is dat je de ondergrondse mijnen kan bezoeken (tegen betaling uiteraard). Maar het gratis museum had ook een mooi voorbeeld van een tunnel in de mijnen, dus hoefde een betaald tripje niet. En bovenop het museum had je een prachtig uitzicht over de stad (althans, wat je prachtig kan noemen). En daarbovenop hebben we ook een spoedcursus opalisme gekregen, of hoe je het verschil ziet tussen een solid, doublet of triplet opaalsteen.

De 100-jarig bestaansparade

De 100-jarig bestaansparade

De ondergrondse kerk

De ondergrondse kerk

Coober Pedy

Coober Pedy

Coober Pedy

Coober Pedy

Star Wars?

Star Wars?

Na Coober Pedy reden we verder richting Northern Territory. En dat was een behoorlijke eind. Niets maar dan ook niets onderweg om te bezoeken. Enkele een roadhouse voor wat benzine op te halen of wat te eten. En dan reden we deze nieuwe staat binnen. Een heel mooi welkomstbord dit keer toonde aan dat we ons niet meer in South Australia bevonden. Even de obligate foto’s nemen en verder rijden naar het volgende roadhouse. En aan dat roadhouse slaan we links af, de enige zijroute die ergens naartoe leidde. Inderdaad, we waren op weg naar Uluru-Kata-Tjuta National Park. Uiteraard moest er eerst een nodige stop ingelast worden om te overnachten, want we spenderen liever geen tientallen dollars aan een nutteloos hostel. Nee we freecampen iets voor het National Park. Een groot en mooi freecamp maar wat hier het allermooiste was, is onvoorstelbaar. Het was namelijk pikdonker. En hoe dat kwam, wel na de Europese zonsverduistering kregen wij een prachtige maansverduistering. En hierdoor zag je werkelijk niks meer op aarde maar des te meer in de lucht. Voor het eerst in ons leven zagen we met onze eigen ogen de melkweg. Miljoenen sterren verlichten de hemel en daartussen kon je enkele nevels zien (allee, ik denk toch dat het nevels waren). Een prachtspektakel die we helaas niet op video konden vastleggen met onze toestellen. Het was natuurlijk wel niet eenvoudig om te koken zonder licht, maar heel erg plezant om eens echt niks meer te zien in de buitenlucht.

IMG_4656

Hoe weinig volk er passeert (nu er passeren zeker 20 voertuigen per dag, dus no worries als je er komt vast te zitten

Hoe weinig volk er passeert (nu er passeren zeker 20 voertuigen per dag, dus no worries als je er komt vast te zitten

Die auto was de weg kwijt

Die auto was de weg kwijt

IMG_4675 IMG_4678 IMG_4683 IMG_4802

Welcome to the Northern Territory

Welcome to the Northern Territory

IMG_4721 IMG_4691 IMG_4685

Na een uurtje konden we de tent op zetten want dan was het weer klaar door de maan. Dus sliepen we eens goed om de volgende dag volop voor het national park te gaan. En dat was nodig ook. We arriveerden in Yulara, het resort voor Uluru. Zeer commercieel en hier heb ik ineens ook een litteken bij door de stomme treden in het dorp. Maar goed, het draaide niet om Yulara maar om Uluru oftewel Ayers Rock. Eerst de $25 entreegeld betalen (geldig voor 3 dagen) en dan doorrijden naar deze immense monoliet. En zelfs kilometers vooraf stopten we constant voor unieke en mooie foto’s. Uiteindelijk arriveerden we bij de parking – wat dan nog eens de verste was ook – en startten we de tocht. Na 20 minuten keerden we al terug door de ontelbare hoeveelheid vliegen die overal kropen. Hier heb je echt een vliegennet nodig, iets wat wij niet hadden. Dus reden we met de auto naar een dichtere parking. Hier ontdekten we dat we de rots konden beklimmen, wat niet geapprecieerd wordt door de Aboriginals. Nu, het was een behoorlijk steile klim en een zware tocht. Maar we bereikten de top op 863m hoogte na ongeveer een halfuurtje klimmen. Zalig uitzicht over een grote vlakte. En zot hoeveel kinderen van 8 tot 14 deze klim deden. En dan volgde de immens steile afdaling, die behoorlijk vlot ging. Slechts 8 minuten van top tot de auto. En dan nog wat extra foto’s die minder spectaculair zijn als die op de top. En vervolgens een toertje rond Uluru om nog wat extra foto’s te maken. En dan reden we uiteindelijk naar Kata-Tjuta oftewel de Olga’s. Opnieuw reuze stenen die de prachtige rode kleur hebben. Hier deden we de walk in the valley of the winds. Het moest wat sneller gaan omdat we de zonsondergang wouden zien, maar geen probleem, het lukte sneller dan wat aangeduid staat en op normaal tempo. En nu weten we ook waarom het de “Valley of the winds” heet, er is namelijk enorm veel wind op de lookout. En dan terug voor een prachtige zonsondergang – helaas niet zo mooi als degene aan Uluru te zien is (stom wicht aan de infobalie gaf ons slechte raad). Maar toch zag je de kleuren veranderen in helder rood, paars en zwart. En we kregen er een extra mooie lucht bij. De moeite waard dus. En dan op naar onze volgende freecamp.

Kata-Tjuta (de Olga's)

Kata-Tjuta (de Olga’s)

Uluru (Ayers Rock) - echt massief want die is 863 m hoog

Uluru (Ayers Rock) – echt massief want die is 863 m hoog

IMG_4860

De nog niet zo steile klim

De nog niet zo steile klim

IMG_4865 IMG_4876 IMG_4891

Me and Lukas on top of Uluru

Me and Lukas on top of Uluru

Helaas zijn er ook enkele gesneuveld tijdens de klim

Helaas zijn er ook enkele gesneuveld tijdens de klim

IMG_4949 IMG_4966 IMG_4999 IMG_5003 IMG_5019

The Valley of the winds

The Valley of the winds

IMG_5057

Sunset

Sunset

IMG_5070

Op de freecamp plaats, toen Lukas reed, kwamen we vast te zitten in het zand. En Lukas kon de auto er niet uitrijden. Toen ik in de auto kroop, lukte het echter wel. Hij had de gas namelijk niet ver genoeg in gedrukt :p

Daarna reden we naar Kings Canyon. Vergelijkbaar met de Grand Canyon in de USA, maar dan wat kleiner, maar zeker niet minder mooi. Een stevige wandeling, alweer, met weer heel veel foto’s. Prachtig! Het leek zo uit een film te komen. En ook hier had je zelfs een waterpoel en klein riviertje waar je helaas niet mocht zwemmen. Na dit keerden we de hele weg terug om dan vervolgens op de Stuart Highway terecht te komen en dan richting Alice Springs te rijden.

IMG_5097 IMG_5107

Kings Canyon

Kings Canyon

IMG_5115 IMG_5118 IMG_5122 IMG_5128 IMG_5154 IMG_5167

Alvorens we Alice bereikten, moesten we eerst nog eens overnachten. Het voordeel aan deze route is dat kamperen op elke stopplek is toegestaan. Nadeel is dat de stopplaatsen nogal ver uit elkaar liggen. Nu de dag nadien reden we Alice Springs binnen en we hadden al direct de Ranges gemist. Maar goed, we vonden het infocentrum, vroegen wat er te doen was en vooral gratis en deden het. Nu het was de lookout en een wandeling langs de rivier. Niet veel dus. Maar goed, we liepen wat rond in de stad, aten er en laadden er onze apparaten op die de voorbije dagen flink hun werk hadden gedaan. Een oplaadpunt zoeken was niet moeilijk, de hele binnenstad beschikt namelijk over publieke oplaadpalen. Toch voelden we ons niet echt veilig in deze stad en dat kwam door de Aboriginals. Deze riepen voor de hele stad en keken in elke auto die geparkeerd stond. Ook vind je voor elke alcoholshop een politieagent die controleert of ze niets stelen. Nu goed, we reden verder naar de nieuwe kampeerspot. Zo misten we onder andere Rainbow Valley en de andere kant van de ranges met vooral veel poelen waar je kon zwemmen.

Alice Springs

Alice Springs

IMG_5211 IMG_5213

De dag nadien passeerden we enkele roadhouses waarvan er eentje toch wel uniek was. Het minidorpje was namelijk rotsvast overtuigd van aliens. En dat was er aan te zien. Alles straalde iets buitenaards uit, een beetje zoals Galaxy Park, al is dat een fictieve serie. Er vandoor dan, op naar Tennant Creek, het laatste grote dorp op onze weg naar Queensland. Voor we aankwamen, passeerden we de “Devils Marbles”. Dit waren grote ronde rotsen te midden van de vlakte. Mooi om te zien en ideaal want het ligt direct naast de snelweg, waar we trouwens voor het eerst onbeperkte snelheden mochten halen. Ik reed dus voor het eerst eens 190 km/h waar het toegelaten was. In Tennant Creek viel bijzonder weinig te doen, dus besloten we enkel om hier te tanken en verder te rijden om opnieuw te overnachten voor we de grens bereikten. We maakten nog een kleine omweg naar “The Pebbles”, maar dat vonden we nu niet zo speciaal meer. Dus bij aankomst stelden we de tent op en keken een filmpje voor we gingen slapen.

IMG_5261 IMG_5236 IMG_5230

En daarmee zit het verhaal in het red centre er alweer op.