Sydney ever after or the totally fucked up roadtrip

Na 3 maanden is het hoog tijd om nog eens een blogberichtje te schrijven.

Het eindigde allemaal in Cairns waar ik helaas door het overlijden van mijn oma een tijdelijke onderbreking van mijn reis moest inlassen. Dus keerde ik 2 weken terug naar België om vervolgens mijn reis te hervatten in Cairns. Ook al vond ik de stad niet zo heel erg aangenaam, toch bleef ik er nog een weekje voor ik besloot verder te trekken richting Townsville. Ondertussen nam ik wel een kijkje in de dorpen en steden die ik tegenkwam en bezocht ik een aantal watervallen op deze route.

Eerst aan de beurt was “The Boulders”, een sterkstromende rivier met daarin enkele mooie ronde rotsen. En het leuke, stroomopwaarts kon je zwemmen in een waterhole, wat ik uiteraard ook deed. Helder water lijkt ongevaarlijk, maar het is bijzonder diep en de keien zijn spekglad en het was wat frisjes maar ik heb het overleefd.

Nadien waren Josephine Falls aan de beurt. Bijzonder leuk, want hier kan je zwieren aan een liaan en glijden van een rots (een waterglijbaan welteverstaan).

De eerstvolgende stad was Innisfail, een stad bekend om haar bananenteelt. Ik was er net op Anzac Day dus niet bepaald de meest interessante dag om er te zijn met al die festiviteiten voor 100 jaar Gallipoli. Ik kon er wel genieten van enkele mooie gebouwen langs de rivier.

Vervolgens bracht ik een bezoekje aan Murray Falls, een van de mooiste watervallen volgens Queenslanders en je kan er ook zwemmen en glijden van de rots. Nu hier besteed ik niet veel tijd aan want ik wou nog verder rijden naar Wallaman Falls. Eerst nog even stoppen aan de driver reviver voor een gratis tasje koffie en dan reed ik landinwaarts naar de hoogste watervallen van Australië. Wat ik te zien kreeg was adembenemend. Nog nooit zag ik een single drop waterval van deze omvang. En het kan groter want tijdens het nat seizoen is ze op haar mooist. Ik leerde hier ook enkele Canadese Australiërs kennen en ook een Japanse Australische. Heel wat babbelen en samen dineren en vervolgens bracht ik er de nacht door op de kampeerplek. ’s Nachts stonden we op om even de Melkweg in al haar glorie te bewonderen. Hier kan ik keer op keer naar kijken zonder dat het verveelt. Indrukwekkend dat de hoeveelheid lichtvervuiling zo’n mooi spektakel kan verbergen.

Bij mijn terugkeer naar Cairns (na lang twijfelen) kreeg ik echter ook het minder aangename nieuws van mijn tocht te horen. Helaas was mijn oma overleden. Toch wel het ergste wat je kan vernemen als je aan de andere kant van de wereld zit. Dus vlug de reisbijstand bellen om me zo snel mogelijk terug in België te brengen. Gelukkig is Allianz Global Assistance NL altijd bereikbaar en leveren ze fantastisch werk. ’s Ochtends belde ik, ’s avonds zat ik al op het vliegtuig naar Brisbane en vervolgens naar Dubai en Brussel. Hier bracht ik twee weken door om onder meer de begrafenis bij te wonen en te bekomen van het tijdsverschil om nadien de tocht terug te maken naar Cairns via Dubai en Sydney.

En daar begon het dan met een immense jetlag waar ik ongeveer een week voor nam om van te bekomen. Ik zocht ondertussen wel hardnekkig naar werk maar helaas ontdekte ik dat Cairns een bijzonder slechte uitvalsbasis was. Het weekend nadien arriveerde de Nederlands jongen die ik leerde kennen in Melbourne en dan zochten we samen naar werk op farms (zonder resultaat). Enkele dagen feesten in Gilligans en nadien besloot ik definitief Cairns te verlaten. Ik trok terug naar Townsville samen met de Nederlander en een Brit. Even stoppen in Mission Beach en dan kwam ik eindelijk aan in mijn geliefde Townsville. Het was hier broeierig warm en zonnig (in tegenstelling tot Cairns waar het al de hele week regende). En hier start de zoektocht naar werk opnieuw.

Prachtig vind ik deze stad, en vooral het is hier stukken warmer en zonniger dan in Cairns. De Nederlander en Brit verlieten Townsville al na 3 dagen, ik bleef (vooral om mijn land te supporteren op het Eurovisie songfestival, want dat kan door te televoten om 5u in de ochtend) en om werk te vinden. En dat laatste vond ik ook, in Dalbeg. En jammer genoeg voelde het een beetje dodgy doordat je hier voor alles moet betalen aan woekertarieven (accommodatie kost 170 AUD, als je iets kapot maakt, als je iets vergeet, …) en vooral ze plaatsen je shifts zo dat je zo weinig mogelijk verdient en zo weinig mogelijk kan doen. Dus toen ik er was hoopte ik zo snel mogelijk een betere farm te vinden en liefst in een iets koeler klimaat.

Ik reed met een medefarmer naar Bowen en Airlie Beach. In Bowen snorkelden we een beetje, al was de zichtbaarheid onder water slecht, maakten we een wandeltocht en genoten van het uitzicht. Nadien arriveerden we in Airlie Beach en echt waar, dit is een geweldig dorpje. Prachtig gelegen, tropisch aangelegd en altijd goed weer. Jammer dat ik nu de Whitsundays niet kan doen (het geld is op). Maar genieten van het landschap, dat kan wel. En hier kwam ik tot het besluit dat ik maar ga werken in de Snowy Mountains. Ja, je leest het goed, ijskoude temperaturen, bergachtig klimaat en vooral 2400 km zuidelijker dan waar ik zat op dat moment. Maar hier verdien je wel geld en kan ik mijn tweede visum verdienen. Nadien doe ik de rest van de oostkust wel opnieuw om alles te zien dan.

Helaas was dit wel de grootste fout die ik ooit maakte. Je moest veiligheidsschoenen en een fluojas kopen (alles samen 150 dollar) en dan werkte je in ontzettend slecht weer. Ook waren de rijen nauwelijks zichtbaar waardoor je zeer weinig bomen kan planten in het tijdsbestek. Hier verdiende ik dus 32 dollar op 1 dag voor zeer zwaar werk waarvan alles automatisch naar accommodatie ging. Ik besloot dus om het hier voor bekeken te houden. Eerlijk gezegd heb ik er eigenlijk genoeg van hoe Australiërs backpackers behandelen maar ik wil het nog een allerlaatste kans geven.

Dus opnieuw naar Canberra, en ditmaal in de winter. Nog steeds een dure stad maar fantastisch om in het hostel een lekker warm zwembad te hebben en een saunaatje te doen. Nog even wat rondwandelen in de stad en vervolgens terug naar Sydney.

En daar aangekomen, wat een ramp zeg. Zoveel verkeer en zo druk, dat had ik in maanden niet meer gehad. Maar het is en blijft mijn favoriete stad. Hier wandelde ik naar Bondi Junction, door de stad, langs enkele wijken die ik nog niet kende en dat besloot ik om naar Coffs Harbour te gaan. Gewoon omdat hier farmwork was.

Ohja, voor ik naar de Snowy Mountains ging, bezocht ik ook nog Mackay (oersaai), Rockhampton (toffe stad), Gladstone (een beetje tussenin maar wel mooi), Hervey Bay (leuk en mooi) en Maryborough (mooi en authentiek). Nadien reed ik landinwaarts naar Kingaroy, Goondiwindi, Moree, Dubbo en nog tal van andere dorpjes.

Maar goed Coffs Harbour nu. Een fantastische belevenis. Aussitel Backpackers is waarschijnlijk het beste hostel waar ik al ben geweest. Hier SUPte ik voor het eerst (Stand Up Paddel), won ik de Coffs Creek Challenge, hadden we een beachfire, ontzettend leuke activiteiten en vooral was ik even verlost van al die achterlijke jobzoektochtjes. Ik ben nu al 7 maanden op zoek naar een job, en dit zonder resultaat. Telkens weer kom je voor verrassingen te staan (geen job als je er bent, niet genoeg werk voor lange tijd, veel meer kosten dan was voorgesteld, …). Zo reed ik naar Tamworth omdat we een job hadden in Moree, en toen we er aankwamen moesten we zelf bellen en zei ie doodleuk “ja we weten niet of we nog mensen nodig zullen hebben”. Eikels zijn het hier.

Maar goed, ik reeds terug naar Sydney, werkte er een weekend voor een firma die festivals afbreekt en vond vervolgens een fantastische job. Living Edge verhuist meubelen voor het stylen van huizen voor ze verkocht worden of voor mensen die net aankomen in Australië. Heel tof werk en vooral een leuk team. Dus ik verblijf in Sydney tot oktober.

En nu nog even als extraatje, gewoon omdat ik het vergeten was te vermelden. Airlie Beach is een tropische paradijsje en de gateway naar de Whitsundays, iets wat op het programma staat in oktober/november.

Rockhampton ligt pal op de steenbokskeerkring met als gevolg dat de ene kant tropisch is en de andere subtropisch. Leuk want ik was die vergeten fotograferen in Alice Springs.

Bundaberg is de stad die bekend staat om farming en rum. En die laatste die wou ik wel eens gemaakt zien worden. Alleen had ik er niet op gerekend dat de distillerie al sluit om 3u30. Dus geen geluk dit keer. Verder valt hier niks te beleven.

Nadien deed ik Gladstone, wat volgens mij een echte industriestad is waar je wel een paar mooie plekjes hebt. Vooral het waterpark is fantastisch mooi aangelegd. En nadien volgde Agnes Waters en Town of 1770, beide uitermate klein maar hier was wel een supertof hostel (Cool bananas). Het is het meest noordelijke strand aan de oostkust waar je kan surfen en waar je toch ook kan duiken en snorkelen in het Great Barrier Reef.

Het volgende verhaal is voor na Sydney wanneer ik de oostkust afwerk en nadien terugkeer naar België. Maar eerlijk, ik zou maar al te graag in dit land blijven en misschien dat het er ooit wel van komt.

Foto’s volgen later 😉

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s